Reisverslag familie op camperreis door West-Canada

Je gunt je kind toch de wereld!

Familie Koevermans op camperreis door West-Canada

met kinderen van 2, 10, 11 en 12 jaar

Vancouver island

S morgens om vier uur gaat de wekker en na vijf minuten wakker worden, starten we de RV al. Het is nog donker en we rijden naar de ferry, wat ongeveer een uurtje duurt.

Als we in de rij staan om de boot op te komen rijden we met onze rechter spiegel tegen een spiegel van een andere auto. We zoeken een plaatsje om te stoppen en zien in de spiegel al de mevrouw van de auto als een debiel aan komen rennen druk gebarend dat we moeten stoppen. Ze is laaiend, een hele waterval van wat allemaal hebben aangericht, daar achteraan volgt dat ze NU 300,- dollar willen. Ook de man is er bij komen staan en is furieus. Het duurt even voor we er achter komen wat nou precies de schade is. De spiegel is eraf zegt ie. We geven de gegevens van onze verzekering, ze vragen steeds om geld maar dat doe ik niet. Dat zien we natuurlijk nooit meer terug.

Ik wil graag foto s van de schade maken en ik loop mee met t stel, terwijl ik allerlei verwensingen naar mijn hoofd geslingerd krijg. Bij de auto zie ik dat t reuze mee valt. Zij zien dat ook dus in eens mag ik ook geen foto s meer maken. Nu gaan ze helemaal te keer. Ik heb alles verpest zeggen ze. Pannenkoeken … ik zeg t maar niet… we weten wat daar van komt 😉

We gaan verder de ferry op. Aan boord hebben we uitzicht op een flinke bosbrand in de buurt van Vancouver. De hele lucht is mistig. Al snel na vertrek zie ik water onhoog spuiten. Een walvis! Met een boogje en een zwiep met haar staart zwaait ze ons uit.

We komen in Naimamo aan, en ik weet niet wat ik had verwacht maar het is niet zo wild als ik had gedacht. De weg is ook goed begaanbaar. Onderweg rijden we de Pacific Rim in. Dat is een natuurpark. Een regenwoud met super hoge en dikke bomen. Bij Mario world is er een reuzenlevel en dit ziet er zo uit. Alsof we in reuzenland zijn beland. Als de kinderen wakker worden tijdens het rijden, vragen ze verbaasd waar we zijn.

Ongeveer rond twaalf uur rijden we langs ucluelet. Waar we een grappig surf winkeltje met klein campingplaatsje vinden waar allemaal surf dudes chillen rondom een vuurtje. Het ziet er gezellig uit. Ze hebben plek, dus voor vannacht zijn we gered.

We rijden naar longbeach naar Cox Bay. In Tofino. Het is heel raar om uit het regenwoud een strand op te lopen. Het strand ligt vol met omgewaaide bomen uit het oerwoud en aangespoeld wrakhout. Het is een surrealistisch geheel. Regenwoud, wit strand, mist uit zee en toch warm en klam tegelijk. Het is heerlijk om een dagje uit te rusten. Er zijn hier allemaal surfers in wetsuits, gelijk hebben ze want de golven zijn meters hoog en het water ijskoud. Een echt surfparadijs.

S avonds rijden we terug naar t campingplekje dat we hebben gereserveerd. Er is niemand meer op het net nog zo drukke plekje. Op een oude camper na is het verlaten. In die wagen woont een dude met een gebreide muts die als een kluizenaar ons wazig zit aan te staren. We voelen ons een beetje unheimisch maar het heeft geen zin om iets anders te zoeken. Alle andere camgrounds zijn vol en wie plek heeft vraag 400,- per nacht dus dat is te gek voor woorden. Hier staan we voor 20,- dus…

We maken een kampvuur op de nog na smeulende vuurplaats waar vanmiddag ook al vuur was geweest. Er komen wel steeds auto s t terrein op gereden, maar ze rijden er met een grote snelheid weer van af. Er komen en gaan zeker 20 auto’s. Uit t bos komen soms een paar haveloze mensen gelopen die een tent hebben opgezet in het bos en hun auto hebben geparkeerd. We beginnen een beetje nerveus te worden, zeker als er een duist stel stopt en vraagt waarom we in hemelsnaam hier zijn gaan staan. Buiten dat t verlaten is, is de plek mooi, er zijn wc’s en ik zie eerlijk niet wat er mis is.

Als ik Midas op bed heb gelegd en terug loop naar het kampvuur zie ik dat de surfdude bij ons is komen zitten en al snel komen er nog een handjevol surfdudes met allemaal lang vet haar en een wollen muts. Ze blijken super relaxed en rondom het kampvuur hebben we eigenlijk een hele leuke avond. Overdag zijn t surfintructeurs en voor de rest hangen ze rond op het strand. Een vrijer leven is er niet, denk ik. Charlie, sem en Floor vinden het een beetje gek, maar wel grappig.

Tofino

worden pas om tien uur wakker en we doen rustig aan.we ontbijten op ons gemak en als we klaar zijn rijden we een paar kilometer naar een plek waar we een trail kunnen doen naar het regenwoud. Vooraf worden we gewaarschuwd voor de aanwezige wolven in dit gebied. Ik denk dat ik dit een van de hoogtepunten van de reis vindt. Het is echt een jungle en de bomen zijn waanzinnig dik en hoog. We horen allerlei vreemde geluiden van dieren en het ruikt heerlijk naar cederhout.

Het regenwoud lijkt wel een organisme opzich zelf. Alle bomen en planten zijn met elkaar vergroeid. Soms zie je niet waar de ene boom ophoud en de andere begint. Alles werkt ook perfect samen en dat is heel tof om te zien. Sommige bomen zijn hol en de kinderen passen er allemaal in, zo groot. Ik vond t super leuk en als ik kon bleef ik hier een hele dag kijken. Helaas is het een rare eigenschap van mijn kinderen dat als ze zien dat ik het leuker vind dan zij, ze heel goed zijn in dingen verzinnen waardoor we weg moeten. No mercy voor papa en mama.

Het pad is aangelegd met vlonders en trappetjes, dus goed begaanbaar. Ook voor Midas, maar die vind t een beetje eng dus die mag op onze schouders. Ik denk dat ik inmiddels ietsje kleiner ben geworden door Midas zn gewicht op mijn schouders deze vakantie.

Na het avontuur gaan we naar Tofino, een surfdorpje, een paar kilometer verder op. Het is fijn om even niet zo ver te rijden. In Tofino eten we een hamburger en het is allemaal surf hier wat de klok slaat. Het is een leuke en vrolijke sfeer. Na de lunch gaan we whale watchen. Dat staat bovenaan mijn verlanglijstje deze vakantie. Het bootje haalt ons op bij een boathuisje waar we hebben afgesproken. Bij een andere Dock halen we nog een paar mensen op en dan vaart t bootje richting zee. De kapitein noemt zichzelf koekiemonster en is thuis op het water, zegt hij. Via een radar heeft hij contact met een ander bootje dat zo juist een whale heeft gespot. Een baby.

We varen op ons doel af en onderweg zien we zeehonden en zeeleeuwen, dave ziet een grote octopus die een krab eet, maar daarvoor ben ik net te laat.

De zee wordt ineens heel wild en de radar zegt dat we er bijna zijn. Sem en florian zijn een beetje bang omdat de golven zo hoog zijn. Charlie niet die is zelf naarbuiten gegaan en speelt op het dek de scène van de Titanic na. Dan is de whale naast onze boot. We zien steeds zn rug als in boogjes door het water glijden.

Links en rechts naast de boot duiken ook steeds zeeleeuwen op. Ook zien we zwarte vinnen dichter bij de boot, van orka’s. We varen een tijdje naast de whale op een afstand van ongeveer 20 meter. We hopen op een speculatie sprong, maar het blijft hier bij. Het is en blijft wild en geen gedresseerde dieren.

In Tofino eten we nog iets. En dan rijden we terug naar het zelfde plekje als de avond hiervoor.

Vandaag is het drukker, maar ons plekje is nog vrij. Weer maken we een vuur op de vuurplaats en en komen er allemaal mensen bij zitten. Een stel uit Amsterdam die alleen Engels spreken en Duits. En een stel uit Zwitserland. En een jongen uit Toronto. We delen ons bier en onze gin en we hebben een hele leuke avond. Het wordt 3 uur voor we naar bed gaan. De jongens vinden het super leuk, al die reis verhalen van al die mensen. Het is leuk om dit te doen met de kinderen. We zijn blij dat we op deze plek zijn gebleven.

Campbell River

Als we wakker worden is het een beetje aan t regenen. Na een snel ontbijtje vertrekken we naar ucluelet waar we alleen maar doorheen rijden omdat we geen zin hebben om door de regen te sjokken. Het hippie surfoord wat normaal gesproken bruisend en vrolijk en zonovergoten hoort te zijn is nu grauw en leeg. We rijden door.

Vlakbij Alberdin komen we een meer tegen, zo turquise en helder met watervalletjes. We stoppen en voor we het weten is sem al inboet water gesprongen, met kleren en al. Charlie volgt direct erna en dan gaat ook florian overstag.

Het water is ijskoud aan het geschreeuw te horen. Dave laat zich overhalen en gaat in zn onderbroek.

Ik pas nog even op Midas, want die wil heel graag maar vind t toch te koud. Als dave is uitgebadderd, ga ik ook nog even. Het water is echt super koud, kouder dan het zeewater wat echt al super koud was.

Het is wel heel gaaf op sommige plaatsen is het heel diep en diepblauw van kleur. Daar waar het ondieper wordt, is het water groen turquoise. Je kunt ook een soort grot in zwemmen, wat is uitgesleten door het water.

Als je eruit klimt, voelt de buitenlucht warm aan. Vanbinnen voel ik me een pepermuntje.

We rijden verder richting Campbell River. En omdat we weg die we moeten gaan lang is en een lunch maken en afwassen veel tijd kost, eten we ordinair een Mac.

Rond een uur of vijf komen we aan in Campbell River. Het is nogal industrie-achtig en helemaal niet wat we er van hadden verwacht. Deze stad is de zalmhoofdstad van de wereld, maar het is aan niks te zien. Ook schijnen hier nog wat indianen stammen te wonen. Het enige indianige wat we zien is een weggemoffelde begraafplaats naast een schroothoop. Bij ieder graf staat een totempaal.

De campground die ik had uitgezocht zit vol, de volgende twee die we vinden ook. We rijden 20kilometer terug richting Courtney waar we op de heen weg een campground hadden gezien, maar helaas is die ook vol. Nou… voor als nog lijken we op dit deel van het eiland geen succes te hebben. Gelukkig heeft de camping in Courtney wel een overflow. Dat is een parkeerplaats waar je mag staan. Een beetje geïrriteerd nemen we de plek. Het is inderdaad een grote parkeerplaats en we zijn de enige. We zien wel steeds mensen langs lopen en we kijken waarheen die dan wel gaan. De camper blijkt 20 meter van het strand te staan! Onder onze arm nemen we de BBQ mee, vlees, wijn en stokbrood en picknicken aan het strand. Tussen de bosjes zien we herten blaadjes eten, en voor we het weten is sem, weer in zn kleren de zee in gesprongen, gevolgd door charlie en drijven ze op aangespoelde wrakstukken voorbij. Ze hebben een hoop lol dus we laten ze maar.

Met al dat natte gedoe heb ik dringend een wasmachine nodig. Want de camper begint aardig te stinken.

Campbell river

We bedenken dat we vanaf little River de ferry kunnen nemen naar het vaste land. Naar Powell River. Maar we zijn zo stom om niet even na te gaan wat de tijden zijn van de boot. We lanterfanten de ochtend een beetje aan en komen dan tot de conclusie dat de eerst volgende ferry pas om half vier gaat. Omdat we geen reservering hebben wordt je wel geacht er al om 1 uur aanwezig te zijn. Dat doen we en we wachten een hele poos op het strand naast de ferry.

De overtocht duurt 11/2 uur. Dan zijn we in Powell River. Vlak naast de haven is een camping waar we de RV stallen. Het is full hookup, wat betekend dat je stroom hebt afvoer en wateraansluiting. Dat was de dag eerder ook al zo wat betekend dat we al twee dagen niet mee stinken en ik zelf twee vuilniszakken vol natte rommel heb kunnen wassen.

De camping is verre van avontuurlijk maar het ligt aan de zee, en het heeft een speeltuin waar Midas dan weer blij mee is.

We vrezen dat het grote avontuur toch een beetje klaar is nu we steeds meer de bewoonde wereld in rijden. Dat vinden we allemaal een beetje jammer. De route die we de komende twee dagen moeten afleggen schijnt wel prachtig te zijn, omdat hij langs de Pacific ocean loopt. Misschien vinden we nog een mooie spot om onze laatste dagen te slijten en onze honger naar avontuur te stillen.

Powell river

Een mooie plek vinden we zeker, ik schrijf mijn blog nu op de mooiste plek van deze reis. Helemaal midden in het bos, een open plekje waar zachtjes een beekje kabbelt. De kinderen hebben er even in gezwommen vandaag, maar het was zo koud! Charlie zag ineens dat er nogal wat kikkers rond sprongen, ze sprong het water uit, met dr hoofd tegeN een omgevallen boomstam. Dus die lol was er snel af.

Er klinken oerwoud geluiden om ons heen. Soms horen we een vogelroep in de verte die door een andere vogel aan de andere kant van het bos wordt beantwoord. Het is een soort zware grom, ik kan het niet thuis brengen welke vogel erbij hoort. Soms vliegt ie over en horen we zijn vleugels zwiepen. We zien hem niet omdat de bladeren te veel van het zicht ontnemen.

Hier zijn absoluut beren, coyotes, wolven en Bobcats. Dat zei de boswachter tenminste. Af en toe knakt er een tak en hopen we dan eindelijk iets te zien. Maar voor alsnog zien we niks maar horen we heel veel.

De tocht hierheen was mooi, een kleine ferry van 50 minuten bracht ons een stukje dichter bij Vancouver. Deze campground was de enige in de buurt en via een grindpad kwamen we hier dus terecht. Het is verlaten en we zijn hier bijna alleen. We gaan straks een spelletje doen en lekker slapen. Morgen nog een stukje verder richting Vancouver voor onze laatste campeernacht.

Vancouver

Onze laatste dag in de camper is aangebroken. We doen lekker langzaam aan. We spelen verstoppertje en kijken nog wat rond in het berenbos, hopend op nog een laatste beer. Ze zijn er, maar beter in verstoppertje dan wij.

Rond de middag rijden we weg, op naar de ferry die ons naar Vancouver brengt. Een mooie weg is het wel en eenmaal in Vancouver is het weer stukken drukker. De bewoonde wereld doemt in de verte op. Grote wolkenkrabbers kentekenen het einde van de wildernis. Een beetje melancholisch worden we er wel van.

Dankzij mensen waarmee we spraken op de boot weten we nu een goede plek voor onze laatste nacht.

De camping ligt iets voorbij Vancouver aan de grens van America. Voor morgen is dat maar een half uurtje van de plek waar we onze camper moeten inleveren.

Er is een klein zwembadje en een leuk centrumpje waar we s avonds wat eten in een leuke zaak.

Na het eten pakken we de tassen in en doen we nog een laatste potje yahtzee. Midas wint met 2 x yahtzee.

Het zit erop. Wat een gave reis! Een en al hoogte punten. Als ik terug denk kan ik niet kiezen wat nou het mooist was. Misschien het rijden door al die prachtige natuur, misschien de mooie plaatsen waar we hebben geslapen. Het camperen zelf, het op elkaar aangewezen zijn. Ik heb de kinderen weer een beetje beter leren kennen en ontdekt dat het leuke en lieve grappige mensen aan het worden zijn. En daarvoor voel ik me enorm dankbaar. Misschien is dat wel wat het mooist was. Dat we zo dankbaar waren dat we dit met elkaar mochten doen.

Ik heb heel wat keren naar de achterbank geschreeuwd dat het stiller moest, heel wat gemopper naar mijn hoofd gehad als we weer wilden wandelen, ruzietjes gesust. Heus! Maar ik ben het allang weer vergeten. Het heeft mijn wanderlust niet gesust. Eerder aangewakkerd!

Morgen nog een dagje Vancouver en dan op naar huis. Dan zit het avontuur er echt op. Er wacht thuis een nieuw avontuur op ons. We gaan er tegen aan en sparen voor een volgende reis.

Meer inspiratie opdoen? Bekijk onze West-Canada inspiratie pagina.