Reisverslag familie op reis door Taiwan

Je gunt je kind toch de wereld!

Familie Mokken in Taiwan

met kinderen van 10, 10, 14, 14, 15, 9 en 13 jaar

Donderdag 5 augustus: Op naar Schiphol
19:00 uur: We staan klaar voor vertrek: alle negen hebben we een koffer en een rugzak paraat om naar Schiphol te vertrekken.Twee taxi’s leveren ons ruim op tijd af op het vliegveld. Tja, wíj zijn klaar voor vertrek, maar helaas ons toestel niet. Het probleem kan niet snel opgelost worden, dus in plaats van in het vliegtuig proberen te slapen, worden we om 10 uur ’s avonds naar Van de Valk aan de A2 geloodst. In ieder geval liggen we daar beter… Onze kinderen zijn uitzonderlijk lief; om onze ergenis te dempen. En dat lukt aardig. We eten nog gezellig wat en gaan snel slapen, we moeten tenslotte weer vroeg op!

Vrijdag 6 augustus: Nu gaan we echt
6:15 uur: We genieten eerst van een laatste Hollands ontbijtbuffet, dat overigens van uitzonderlijk goede kwaliteit is. De shuttle van 7:20 uur brengt ons terug naar Schiphol waar we weer dapper wachten tot boarden begint om 10 uur. Kwart voor 11: ja zeker, vertrek!

Zaterdag 7 augustus: 101 Tower & baseball
Half 3 ’s nachts lokale tijd: overstappen in Bangkok. We landen op tijd, kwart over 8 ’s ochtends. De douane staat versteld van ons grote gezin, evenals de mensen achter ons in de rij. Alle koffers zijn er vlot en onze vriendelijk lachende gids Eric staat te wachten met ons naambord. We hebben een prima-de-luxe 20-zits bus tot onze beschikking. De bagage past er gemakkelijk in en we vinden allemaal gauw een plek. Off we go!

De gids meent alles dat oorspronkelijk voor vandaag op het programma staat alsnog in een rap tempo door te moeten laten gaan, dus voor we ’t weten staan we bovenop Taipei 101, tot voor kort het hoogste gebouw van de wereld. De lift is spectaculair snel: in 37 seconden suizen we van de 5e naar de 89e verdieping. Onze oren ploppen van jewelste. Wat een uitzicht! De audiotour (in kraakhelder Amerikaans-Engels) wijst ons in alle windrichtingen de highlights.

Na Taipei 101 razen we naar de Chang Kai-Shek (CKS) Memorial Hall voor het wisselen van de wacht, een ongelooflijk traag maar boeiend schouwspel. Wat kijken ze strak voor zich uit bij het doen van die rare passen. Niets brengt ze van de wijs.

Het is ondertussen alweer tijd voor de lunch en onze gids vindt een restaurant waar je langs grote koelingen loopt met je dienblad zodat je allerlei groenten, vlees, garnalen en fishballs kunt uitzoeken, die je vervolgens aan tafel in je persoonlijke bouillon-pan mag koken. Iedereen kokkerelt erop los en de kinderen sluiten de lunch af met bergen schaafijs en passievrucht. De restauranthouder zegt nog nooit mensen te hebben gezien die zoveel passievrucht aten. De Taiwanezen vinden ze te zuur.

Het programma staat eigenlijk nog bol van de activiteiten, maar hier en daar begint er een te knikkebollen, dus vragen we de gids ons naar het hotel te brengen, waar we nog een paar uur kunnen slapen voordat we om 5 uur naar onze baseball game gaan. De Brothers Elephants spelen tegen de La New Bears. We kennen de ploegen niet, maar we zijn dol op baseball. In Taiwan zijn ze ook dol op baseball en beide ploegen worden fanatiek ondersteund met drums, gezang en gedans. We besluiten de Elephants te supporten en ze winnen! (Vanaf die dag zelfs 9 dagen achter elkaar, houden we in de krant bij.)

Om 8 uur is de wedstrijd afgelopen en om kwart voor negen vallen de kinderen in slaap.

Zondag 8 augustus (Vaderdag in Taiwan): Tempels & vulkanen
Ha, we dachten dat de eerste dag druk was, maar wacht maar tot jullie het programma van vandaag zien!

Om half 10 gaat onze bus op weg naar de Martyr Shrine, waar we ook de wisseling van de wacht zouden bekijken, maar het geheel staat in de stijgers. Omdat we nog een kwartier zouden moeten wachten op de wisseling en de hitte al aanzienlijk is, besluiten we meteen door te gaan naar onze tweede stop: het Grand Hotel, een 5-sterren hotel gebouwd door Chang-Kai Shek met een indrukwekkende lobby en een prachtige gevel.

De volgende stop is een Boeddhistische tempel, de enige in Taiwan die op de UNESCO lijst van beschermde locaties terecht is gekomen – en terecht. Hij is prachtig. De tempel is bont versierd met draken, vogels, tijgers, noem maar op. De gids legt ons uit hoe mensen die hier komen te werk gaan om hun gebeden te laten verhoren: wierrook, nep geld, fruit en andere lekkernijen worden meegebracht voor de goden. Twee houten blokjes worden gegooid, elk met een bolle en een vlakke kant en al naar gelang ze op de grond vallen (vlak-vlak, bol-bol of vlak-bol) wordt het antwoord van de goden geïnterpreteerd. Genummerde stokken en corresponderende briefjes met wijze spreuken completeren het geheel.

Schuin tegenover dit complex staat een Confucius tempel, veel soberder van opzet; afbeeldingen van personen of dieren zijn hier tenslotte niet toegestaan. Leuk om het contrast te zien met de vorige.
Het is alweer tijd voor lunch en onze gids heeft zich de moeite getroost een spectaculaire plek te vinden: ‘the 5 dime driftwood restaurant’. Het ziet er van buiten al buitenaards uit en de binnenkant is zowaar nog gekker. Er is geen rechte muur te bekennen. Het doet Gaudi-esk aan, maar zelfs Gaudi zou zich hier hebben verbaasd. We eten ook bijzondere dingen, 6 of 7 gerechten. Van oesters uit de oven tot zachte tofu met vis, maar wat iedereen nog het meest verbaast, zijn de gefrituurde gamba’s met aardbeidensaus!

Na de lunch vertrekken we naar het National Palace Museum, dat werkelijk de prachtigste stukken heeft. CKS en zijn volgelingen hadden een oog voor mooie dingen en zij hebben bij hun vlucht naar Taiwan een schat aan schatten meegenomen. Wat een geluk dat we onze gids mee hebben: het museum is groot en druk en zonder Eric hadden we in de 2 uur tijd die we hier hadden ongetwijfeld niet alle belangrijke stukken kunnen vinden.

Om 3 uur gaat onze bus noordwaarts de stad uit en in no time zijn we in de natuur. We zijn op weg naar Yehliu Natural Park, maar maken eerst een tussenstop bij een nog actieve vulkaan. De rotte eieren lucht komt ons door de wolken tegemoet, maar dat weerhoudt onze vulkanoloog Jimi er niet van te roepen ‘dit is echt super cool, super vet!’ Links een poeltje van bubbelend heet water, rechts een fumerole met zwavelgele vlekken, hij kan z’n lol niet op. Maar onze reis gaat door.

We zijn rond half 5 aan de kust en het licht is prachtig. Yehliu Natural Park staat vol met de bizarst gevormde stenen, de bekendste is the Queen’s head, die lijkt op het hoofd van Nefertiti. De stenen zijn bezaaid met ‘waterkakkerlakken’of ‘landgarnalen’ die wegschieten als je in de buurt komt. David gruwelt, maar stapt dapper rond. De wind steekt de kop op, het koelt wat af en de wolken en de zon maken er een prachtig schouwspel van. Onze camera’s klikken erop los. We kopen na afloop op een nabij gelegen markt een zak vers gefrituurde zeewier en in sesam gedroogde visjes die gretig aftrek vinden in de bus.

Tijdens onze 1-uur lange busrit terug naar de stad, laat onze gids filmpjes zien over Taiwan. De multi-media speler is ideaal: we gaan nog best wat tijd doorbrengen in deze bus en de airco, de foto’s, de muziek en de filmpjes maken de reistijd aangenaam. Hier en daar valt alweer een oog dicht. Terug in Taipei komen we precies op tijd voor onze reservering aan bij Din Tai Fung, het eerste restaurant van de in Azië beroemde dumplingketen. Wiebe en ik hebben eerder bij een filiaal in Shanghai gegeten en wilden ’t onze kinderen laten proeven. Ons vermoeden was juist –  de dumplings gaan er allemaal uitstekend in, behalve degenen die bedoeld zijn als toetje: gevuld met zoete rode bonenpasta. Dat is niet helemaal onze smaak…

Van half 9 tot half 10 maken we nog een wandeling door Ximending, een wijk die bekend staat om z’n aantrekkingskracht op de jeugd van Taipei. Er zouden ook Manga-shops moeten zijn, maar die komen we niet echt tegen, dus dat valt een beetje tegen. We maken nog een snelle stop bij een 7-Eleven voor een toetje en belanden allemaal om 10 uur op onze kamers. We doen nog een rondje televisiezenders en zien dat het precies 1 jaar geleden is dat Typhoon Morakot over Taiwan trok.

Maandag 9 augustus: Sun Moon Lake
Vanochtend loopt het ontbijt wel gesmeerd. Iedereen is op tijd en het helpt ook dat het geen Vaderdag meer is, want de ontbijtzaal is een stuk leger. Om half 9 zitten alle koffers in de bus en gaan we op weg naar Sun Moon Lake, zo’n beetje in het midden van Taiwan. Tot Puli is het allemaal snelweg, maar na de lunch daar (bij een niet-zo-goede Japanner: de sushi zat nog in de plastic folie en werd zonder sojasaus opgediend) gaan we de kleinere wegen op. Je moet je voorstellen: Taiwan is iets kleiner dan Nederland, maar heeft wel meer dan 200 bergtoppen boven de 3000 meter. Het westen van Taiwan is het vlakst en daarom ook het dichtstbevolkt – zo’n 95% van de bevolking woont daar. Slechts 5% woont aan de smalle oostkust en daartussen ligt een enorme bergketen. Sun Moon Lake ligt omringd door bergen op 750 meter hoogte en is een toeristische trekpleister voor binnen- en buitenlanders. Het is een natuurlijk meer waarvan het peil verhoogd is met behulp van stuwdammen. Ze winnen overdag energie uit het water dat ze weg laten lopen en pompen het gedeeltelijk ’s nachts op een of andere manier terug. Het hoogteverschil is goed te zien vanaf ons hotel dat prachtig gelegen is aan de rand van het meer. Vreemd genoeg mag je niet zwemmen in het meer, maar gelukkig heeft ons hotel ook een zwembad voor onze vissen – eh, kinderen. Na de drukke dag van gisteren en de busrit van zo’n 4,5 uur besluiten we tot een rustige middag/avond met eten in het hotel en lekker veel lezen.

Dinsdag 10 augustus: Pretpark vertier
Om half 11 komt onze bus ons halen om naar het Aboriginal Village and Amusement Park te brengen. We proberen de verwachtigen van de kinderen te temperen – we zitten tenslotte midden in de bergen en wat voor pretpark kun je daar verwachten? Maar we komen voor een verrassing te staan: er is een heus, full-blown pretpark midden in de bergen! De kinderen gaan in bijna alle attracties, van Space Mountain tot the Carribean Splash, van de UFO tot the Mayan Adventure. Een hamburgerlunch gaat er na al het Aziatische eten ook wel weer in en een spectaculaire kabelbaan draagt ons hoog boven de boomtoppen terug naar Sun Moon Lake.

Om half 5 hebben we een bootje gecharterd om het meer over te varen. We maken een stop bij een shrine aan de overkant van het meer, waar een oud vrouwtje per weekdag gemiddeld 3000 en per weekenddag gemiddeld 5000 ‘mushroom eggs’ verkoopt. Dit zijn de enige ‘echte’ mushroom eggs, laat Eric weten – alle andere (die je bij elke van de 35.000 7-Elevens tegenkomt) zijn volgens onze gids ‘copy cats’! De eieren worden volgens geheim recept gedurende zo’n 10 uur behandeld en gekookt in zwarte thee met paddestoelen. En ze zijn lekker!

We dineren in een traditioneel Aboriginal restaurant en hebben veel bekijks. Veel mensen willen met ons op de foto nog voordat we besteld hebben. We eten prachtige gerechten: gefrituurde hele visjes, rijst met mini garnalen, President fish (de favoriete vis van CKS, die vaak aan Sun Moon Lake verbleef), gekookte varens, wild zwijn, hertenvlees, rijst, soep, fruit. Heerlijk. Om half acht belanden we weer in ons hotel. Wiebe en David gaan naar de onsen. Iedereen maakt er een rustige avond van. Morgen gaan we tenslotte weer door.

Woensdag 11 augustus: Forten & het platteland
Na het ontbijt vertrekken we om half 10 naar Tainan, weer op het platteland en aan de westkust. We maken op ons verzoek een extra stop bij een ‘tea shop’ aan de voet van de Alishan bergen. De winkels lagen tot vorig jaar nog diep in de bergen, maar vanwege de Morakot verwoestingen hebben de theeverbouwers hun handel naar de voet van de bergen gebracht. Het hele winkelpersoneel komt naar ons kijken als we met z’n negenen thee proeven en we krijgen 50% korting op de thee die we kopen.

Niet alleen typhoons teisteren Taiwan, ook aardbevingen. Taiwan ligt op de Japans-Filipijnse breuklijn en heeft met forse aardverschuivingen te kampen. Zo blijkt uit onze volgende stop: een totaal ingestorte tempel die ze als attractie hebben laten staan en omheind. Een macaber gezicht, maar wel indrukwekkend. Beklemmend.

We maken ook een van onze eerste ‘fruit stops’. We vragen Eric ons te adviseren en regelmatig naar spannende fruitsoorten te zoeken. Dit keer kopen en proeven we 2 soorten mini-bananen, mango’s, ananas, wax apples, dragon eyes, cactus fruit (knalroze, ook van binnen), vreemde, gekookte ‘chicken pears’ en eetbare pitten uit grote rode bloemen die smaken als gepofte kastanjes.

We lunchen bij een populair (enorm druk) Chinees restaurant met een van onze favorieten, Peking eend, maar ook nog veel andere gerechten: soep met chewy doorzichtige ’lucky’ noodles, varkensvlees in pepersaus, paksoi en knoflookspinazie, inktvis en garnalen. Iedereen doet weer geweldig z’n best, maar zelfs met z’n 9-en krijgen we niet alles op.

Aangekomen in Tainan bezoeken we de oudste Confucius tempel van Taiwan met een prachtige, oude Banyan boom ervoor die helaas ziek is. Het krioelt er van de eekhoorns die gretig door de kinderen worden gevoerd. Dieren voeren blijft leuk.

Voordat we Fort Provintia en Fort Zeelandia bezoeken – de restanten van onze voorouders ‘your ancestors’, zoals onze gids benadrukt – maken we nog een theestop waar we voor het eerst kennismaken met de in Taiwan enorm populaire Bubble Tea: een koud drankje, in velerlei smaken, met gekke tapioca-achtige bolletjes erin, die je via een rietje kunt opzuigen. Heel maf, maar wel lekker, vind ik.

Bij de forten trekken wij ook weer veel bekijks van studenten die nog nooit blonde of blauwogige westerlingen lijken te hebben gezien. Sommige van onze meisjes voelen zich wat opgelaten, maar we bestrijden dat door de studenten allemaal heel hartelijk te begroeten met vrolijke “Ni hou”s en “Hello’s. Het is wel vreemd om zo ver weg van huis weer allemaal Nederlandse dingen te zien, als rood-wit-blauwe vlaggen en VOC servies. Wat een avontuurlijke en handelsgrage natie zijn we toch.

Het avondeten bij de President’s Chef gelasten we af – we hebben zo veel, zo vaak warm gegeten de laatste dagen, dat we eigenlijk alleen wat kleins willen eten in het hotel. Daar belanden we bij een dim sum restaurant waar we wat kleinere happen bestellen en van een buffet kunnen kiezen. Wat ik van het buffet kies, smaakt heel vreemd en blijft me lang bij. Bij navraag bij de gids de volgende dag, blijkt het visingewanden te zijn geweest… We komen ze later nog op een markt tegen. OK. Hebben we dat ook gehad.

Donderdag 12 augustus: Lotus Pond & spannend eten
Alle kinderen verslapen zich, maar zijn toch nog op tijd voor ’t ontbijt om 8 uur: ze eten American pancakes en Spaanse churros alom. Ach, als het er is… Om kwart voor 9 vertrekken we weer met alle bagage in de bus naar het fameuze Boeddhistische klooster met meer dan 14.800 Boeddha beelden. We worden rondgeleid door een grappige Oostenrijkse monnik die in Zuid-Afrika gewoond heeft en ons in het (bijna) Nederlands vreemde verhalen vertelt over zijn leven en het klooster.

Ons eindpunt vandaag is Kaoshiung, waar we rond het lunchuur al aankomen. Daar maken we een korte stop bij McDonalds – we worden bediend! Dat is ons nog nooit overkomen. Vervolgens gaan we naar de Lotus Pond waar gigantische, kleurrijke paviljoens in het water prijken. Summer, Winter, Tiger, Dragon. Het lijken in onze ogen bijna carnavalswagens, zo bont maken ze ze. Tussen de paviljoens zwemmen duizenden vissen en waterschildpadden, die de kinderen weer gretig voeren. Wat is dat toch met dieren voeren?

Ondertussen hebben we ’t weer behoorlijk warm. Daar weet de gids wel wat op: een gigantische portie schaafijs met verse mango en siroop erop. Dat gaat er wel in. Vervolgens gaan we op de ferry naar Qijin, een visserspier met talloze kramen en winkeltjes. We kijken onze ogen uit op de verschillende vissoorten, sea cucumbers, kikkers, visingewanden (hier kwamen we er dus achter wat ik gegeten had…). Ineens roept onze neus ons tot de orde van dag: lievel hemel! Wat ruikt daar zo? Ah! Onze gids legt uit: dat is ‘stinky tofu’. Dat moge duidelijk zijn. Het is ongelooflijk hoe de lucht al tientallen meters voor de eetstal vervuld is van een geur die je nog lang bij blijft; hoe kunnen mensen dat eten? Wiebe en ik nemen ons dapper voor deze vakantie nog eens de moed op te brengen stinky tofu te proberen, maar op een of andere manier is het er niet van gekomen. Jammer toch.

Na een duik in het zwembad en room service in het hotel (een enkele keer is dat toch zo’n verwennerij) worden we om 9 uur nog door de bus opgehaald voor een wandeling over de Night Market. Eigenlijk een voortzetting van de dagelijkse praktijken, maar dan in een afgezette straat met heel veel exotische voedselkraampjes. We hebben natuurlijk net gegeten, maar dan nog komen we ogen tekort: gigantische stukken vis, gerookte eendentongen, squid op een stokje, de gekste dingen. Om half 11 vallen we allemaal weer moe maar voldaan in onze mandjes.

Vrijdag 13 augustus: Rotsformaties, zwemmen & gamen
We vertrekken weer met volle bepakking om 9.15 uur met de bus naar Kenting, het zuidelijkste puntje van Taiwan. Op de snelweg worden we door de Highway Patrol aangehouden en krijgen we een security check. De agenten komen in de bus, groeten vriendelijk en controleren of alles volgens de regels is. En dat is zo. De gids en chauffeur vinden dit heel gewoon, maar wij staan ervan te kijken.

We maken weer een fruit stop en slaan prachtig fruit in bij de boomgaard van een heuze CKS veteraan. Onze volgende stop is Cat’s Nose Tip, een rotsformatie op één van de twee zuidelijkste punten van Taiwan, maar het is vandaag zo belachelijk heet dat we de hurkende kat er nauwelijks in kunnen herkennen. Met onze parasols rennen we van schaduw naar schaduw en duiken al vrij snel de bus weer in. Een stop voor lunch brengt ons weer in de airconditioning en daarna is het alweer mogelijk om in ons hotel in te checken. Dit is het zwemparadijs waar we 3 nachten zullen verblijven en de kids maken direct een paar uur gebruik van de binnen- en buitenbaden, de glijbanen, sproeiers en andere gekkigheid.

Om 17 uur worden we nog opgehaald door Eric en Leo (de chauffeur) om naar het andere zuidelijkste punt van Taiwan te rijden, waar een statige vuurtoren staat. Hier zien we zo vlak voor zonsondergang naast veel muggen ook een prachtige, gifgroene, niet-giftige slang, diverse hagedissen en flinke spinnen. Als het onszelf slaan ons iets te gortig wordt, gaan we weer op het hotel aan, waar we van het uitgebreide buffet genieten. En van half 8 tot 10 uur duiken we de ondergrondse gamehall in, waar we kunnen bowlen, poolen, air hockeyen en andere spellen kunnen spelen, allemaal voor maar 10NT$ per spel (ongeveer 0,22 euro). De kinderen gaan helemaal uit hun dak – hier gaat hun zakgeld tenslotte behoorlijk lang mee en ze trakteren elkaar erop los. Gelukkig gaat de gamehall om 10 uur dicht, anders gingen ze nooit meer slapen.

Zaterdag 14 augustus: Marine Biology Museum
We beginnen met een vroeg ontbijt en een duik. Dat zwembad is aan ons wel besteed. Om 11 uur worden we opgehaald om naar het Marine Biology Museum te gaan. Het is een uur rijden en de gids gaat niet mee naar binnen. We moeten dus een tijd afspreken om weer opgehaald te worden. Hopend op een dag vol dolfijnenshows en haaivoedingen – het is tenslotte het grootste aquarium in Azië – spreken we ambitieus af om half 4. Helaas hebben we een beetje pech: de dolfijnen zijn er (even) niet, de baluga walvissen zijn ook uit logeren en bij de haaivoeding is het zo vol, dat niemand van ons wat te zien krijgt. Om 1 uur proberen we wat te eten, maar ook daar is het bomvol en ruim de helft van ons moet staan. En eigenlijk zijn we om 2 uur al zo’n beetje uitgekeken op het complex. Helaas. We vermaken ons nog even in de souvenirshops en drinken nog wat. Een paar van de kinderen duikt in de indrukwekkende vijver waar de walvis-standbeelden uit opdoemen – een mooi gezicht.

En daar is onze bus! Snel weer terug naar ‘huis’, waar we de avondactiviteiten van gisteren naar volle tevredenheid herhalen: eten, gamehall, slapen.

Zondag 15 augustus: Dagje vrij
Vandaag staat er helemaal NIETS op het programma. Sterker nog, we krijgen onze gids en chauffeur vandaag niet eens te zien. Nog sterker: we geven de kinderen allemaal hun eigen ontbijtbon, zodat ze zelf kunnen bepalen hoe lang ze uitslapen en wanneer ze gaan ontbijten. Het ontbijtbuffet blijft tot 2 uur staan, dus dat belooft wat. Wiebe en ik zijn redelijk vroeg wakker en lezen eerst maar eens een tijd. Dan besluiten we toch maar rustig te gaan ontbijten. Gek genoeg zitten we binnen de kortste keren allemaal zo’n beetje tegelijkertijd aan tafel.

Verder gaat iedereen lekker z’n gang. Zwemmen, lezen, een kaartje kopen voor het thuisfront; er worden zelfs al wasjes gedraaid in de kelder. Tegen de avond komt er een spectaculair onweer waar Jimi en ik eens even lekker voor gaan zitten. Maar dan duurt het ons te lang, we moeten gaan eten. De band, die normaal op het terras herrie maakt, is ook naar binnen verhuisd, maar het geluid hebben ze niet zachter gezet. Met gebruik van gebarentaal communiceren we tijdens de (korte) maaltijd en treffen we elkaar weer in de game hall. Nog even, zolang het kan: morgen gaan we weer weg.

Maandag 16 augustus: Heetwaterbronnen & een indrukwekkende route
Het vertek uit Kenting staat pas om 12 uur gepland, dus kunnen we lekker nóg een keer gaan zwemmen voor we de weg op gaan. Vandaag staat een korte rit naar Chiphen op de agenda, naar een heetwaterbron hotel in de bergen in het zuid-oosten van Taiwan. Deze weg leidt ons langs het zwaarst door Morakot getroffen gebied en toont ons de grootste ravage nog overgebleven van de typhoon. Rivierbeddingen die ineens een halve kilometer breed geworden zijn, in plaats van 50 meter. Restanten van kapotte bruggen. Weggespoelde huizen. En bergen en bergen glanzend grijs drijfhout. Onze gids praat honderd uit over hoeveel water er in die 3 dagen uit de lucht kwam vallen, hoeveel drijfhout er sindsdien al is verzameld, hoeveel bruggen en huizen er vernietigd en weggespoeld zijn, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. We zijn er stil van.

Om half 5 arriveren we in ons hotel en dobberen met z’n allen nog anderhalf uur in het hete water. Maar dan zien we de zwaluwen steeds vaker vlak boven het water langs scheren, wat betekent dat de muggen komen. Snel het bad uit en met een noodle soup de kamers in.

Dinsdag 17 augustus: Bergen, apen & een culturele avond
Vandaag wat vroeger op, want het wordt weer een drukke dag, meldt Eric. We ontbijten om half 8 en duiken om 8 uur de bus in. De eerste stop is bij ‘Klein Yehliu’ dat inderdaad op het Yehliu van de tweede dag lijkt, maar dan op kleinere schaal. Het is er om 9 uur ’s ochtends al bloedheet. De volgende stop is een ‘steamed pork bun’ stop. ’s Ochtends om kwart over tien staan de mensen al in de rij voor geweldige gestoomde broodjes met varkensvleesvulling. Ze zijn werkelijk fabelachtig – en dat voor maar 10NT$ (0,22 Euro). Geen wonder dat ze ervoor in de rij staan. De gids stapt na de broodjes iets later in de bus dan wij en heeft een grote zak bananen bij zich. Na een kwartiertje rijden blijkt waarom: we stoppen in de bergen bij een verlaten brug en nog voordat de eerste uit de bus gestapt is, klimmen van onder de brug een paar apen op de weg. Enthousiast springen we allemaal de brug op met elk een paar bananen in de hand en zijn we binnen de kortste keren omringd door apen. Voor we ’t weten zijn de bananen op en krijsen de apen nog steeds in de bomen. Het wordt zelfs een beetje griezelig, we duiken allemaal giechelend van spanning weer de bus in.

De volgende stop is bij een gigantische pilaar die de Kreeftskeerkring aangeeft. Toch leuk om te weten waar die ligt. Foto’s maken en hup, de bus weer in. Vervolgens rijden we door naar een uitkijkpunt op The 3 Immortals, een kluster van 3 forse rotsen in zee, waar ze een mooie, brug naartoe gebouwd hebben.

Zo langzamerhand wordt het weer tijd om te eten en voor deze lunch raadt Eric ons een seafood restaurant aan. Het voelt een beetje raar om de levende kreeften, vissen en schelpjes buiten aan te wijzen en die een klein half uurtje later opgediend te krijgen. Maar het is absoluut voortreffelijk! We bestellen de door Sara bestelde schelpjes zelfs nog een keer na, zo ontzettend lekker zijn die klaargemaakt met Thaise basilicum, knoflook en pepertjes.

We komen na de lunch al in de buurt van onze eindbestemming van vandaag: de Taroko Gorge. Na een hele tijd de kustlijn gezien te hebben, duiken we nu echt de bergen in – de rotswanden doemen op en lijken met de minuut te groeien. We maken een stop bij de Swallow Grottos en lopen een stuk langs het water. De bus neemt ons dieper de gorge in en wil ons bij een bochtig pad afzetten, maar dat pad is zelf afgezet met rood-witte band. Op het bord staat dat het per vandaag is afgesloten en we zien nu ook waarom: op zo’n 100 meter afstand is een mega stuk rots op het pad terecht gekomen. Zo! Dat ziet er spectaculair uit. Wiebe maakt de gids helemaal ongemakkelijk met een grapje over een stukje toerist dat hij er nog onder vandaan ziet steken. Gelukkig realiseert Eric dat ’t een grap is en begint lachend wat om zich heen te slaan.

De wandeltocht wordt wat eerder afgebroken en we besluiten naar het hotel te gaan. Dat blijkt een schitterend Aboriginal dorp te zijn, huisjes met 2 kamers in een cirkel geplaatst tegen de dramatische achtergrond van kale en begroeide bergen, waar de wolken tussendoor rollen. Wiebe en ik zouden de hele avond op ons terras kunnen zitten, starend naar dit prachtige panorama. Maar het is tijd om te eten, want om 20:15 uur begint de Aboriginal voorstelling – dat willen we natuurlijk niet missen. Een ding is zeker: die Aboriginals weten wat barbecuen is! Geweldige ribbetjes, lekkere salades, prima toetjes. Iedereen zit te smikkelen.

Maar nu is het tijd voor de Tsou voorstelling: we vertellen de kinderen dat het een bijzondere gelegenheid is om een verre cultuur beter te leren kennen. Deze stam, de Tsou, waren vroeger koppensnellers, maar voeren nu hun slachtrituelen niet meer met mensen, maar met dieren uit (niet dat we dat verwachten te zien, hoor). Ze werden in de 17e eeuw al vrienden met de Nederlanders en hebben ook nu nog hechte banden met de Nederlandse consul in Taiwan, Menno Goedhart. Daar moeten we toch wat meer van zien, niet? Beter dan met een Nintendo of met de tv aan op je bed liggen, toch? Nou… na een half uur zitten Wiebe en ik ook al een beetje op onze stoel te draaien, moeten we bekennen. Er wordt wat gezongen en gedanst, hier en daar aan een ongestemde gitaar geplukt, maar er wordt vooral ontzettend veel geouwehoerd. In het Chinees. En het lijkt wel alsof de zaal gevuld is met familie en vrienden van degene die optreden, want ze lachen en klappen en filmen alles van voor tot achter… En wij begrijpen er heel weinig van. En telkens als we denken, “nu komt de grote finale”, dan komt er weer iemand met een microfoon op en brabbelt weer een enthousiast verhaal in het Mandarijn. Wiebe en ik zitten achter de kinderen, die we steeds meer zien draaikonten – we kunnen ons lachen bijna niet meer houden. Waarvan we eerst dachten dat het misschien een half uur of 3 kwartier zou duren, duurt meer dan 2 uur. We horen nog toegiften als we met gepoetste tanden in onze bedjes liggen.

Woensdag 18 augustus en donderdag 19 augustus: Thee plukken & strand
Vanochtend gaan we op pad naar ons laatste hotel in Taiwan. We ontbijten nog bij de Tsou en giebelen nog wat na over de voorgaande avond. Een spin van zo’n 10 centimeter laat zich zakken voor het raam waar we zitten – een paar van ons schrikken zich een hoedje!

De bustocht voert langs prachtige, maar slingerende kustwegen, steile rotswanden, mooie baaien. De stop van vanochtend is bij een theeboerderij, waar we zelf thee mogen maken. Allemaal een hoed op tegen de zon en een mand om het middel gebonden om de thee in te verzamelen. Het werkt verslavend, dat plukken van de jonge toppen. Ze moeten ons bijna dwingen om te stoppen. Het is zo schattig om Eva te horen zeggen, dat ze al als klein meisje droomde van thee plukken en dat haar droom nu eindelijk uitgekomen is. We doorlopen alle volgende stappen van het thee maken ook: sorteren van de blaadjes op een grote platte mand, het roosteren van de thee in een grote kom, roerend met de handen gestoken in vuurvaste handschoenen, het rollen van de thee om er wat vocht uit te knijpen en het drogen van de thee in een 110 graden hete oven. Tijdens het drogen, drinken we thee en snoepen we koekjes, gedroogde pruimen, perziken en zoute pompoenpitten. Uiteindelijk hebben we allemaal een zakje van onze eigen gemaakte thee. Iedereen is vrolijk en blij dat we deze halte gemaakt hebben.

Tijd voor lunch! Dit keer in een beroemd kippenrestaurant, dat bekend staat om z’n speciaal gemarineerde kippen die op een spies in hete steenovens worden gegrild. Rozig van de lunch zet Eric een filmpje op over de gecompliceerde bouw van de langste tunnel van Taiwan – 13 kilometer lang en negen jaar constructie – en prompt rijden we de tunnel in. Sommige van ons zijn geboeid door het filmpje, sommige zien het licht aan het eind van de tunnel niet, overmand door een overweldigende behoefte aan een dutje.

Dan komen we aan in het Green Bay hotel, een gigantisch complex, maar prachtig gelegen aan het strand met wat flinke zwembaden ertussen. De kinderen glimmen van plezier. En wij overleven het wel, die twee nachten. Sterker nog, we genieten eigenlijk met volle teugen van bijna 2 volle dagen aan het strand. En dat terwijl we helemaal niet van die strandmensen zijn – al dat zand… Maar de bries is flink en zacht en maakt de hitte draaglijk. We hebben strandstoelen en parasols, mooie boeken, prachtige luchten en heerlijke golven. Wat wil een mens nog meer?

Vrijdag 20 augustus: Afscheid nemen
Met een late check-out om 3 uur ’s middags hebben we nog een keer ruim de tijd gehad om te genieten van de zon en de zee (behalve diegenen die de dag ervoor vergeten waren voldoende te smeren tegen de zon – die blijven lekker op de kamer wat films kijken). Eric en Leo laden voor de laatste keer onze koffers achterin de bus. Als verrassing heeft Eric voor de luchthaven nog één stop in petto, we hebben tenslotte nog wat tijd voor onze vlucht om half 8: we stoppen in een dorp waar alles om keramiek draait. Ik ben hartstikke blij, want het eerste dat we vinden, zijn de kopjes met kleine visjes erin geschilderd, waar ik eigenlijk al sinds Sun Moon Lake m’n zinnen op had gezet, maar die ik nergens in de winkels gezien heb. Tjonge, is dat óók nog gelukt…

We komen netjes op tijd aan op het vliegveld, waar Eric ons nog naar de check-in en vervolgens ook nog naar de douane begeleidt. Hij is oprecht ontroerd als hij afscheid van ons neemt. Hij was voor ons een fantastische gids, we hadden ons niet beter kunnen wensen. Mede dankzij hem zullen we onze herinneringen aan Taiwan koesteren en het land bij al onze vrienden en kennissen promoten. Taiwan touched our heart.

Bekijk hier onze reis naar Taiwan.