Reisverslag familie op reis door Kenia

Je gunt je kind toch de wereld!

Familie van Gorp – Ammann in Kenia

met kinderen van 20 en 18 jaar
Dag 1

05:30 uur. Opstaan, laatste spullen pakken en weg. Gauw onderweg naar Schiphol op naar Nairobi.

Tien jaar. Tien jaar lang stond deze reis al bovenaan de ‘bucketlist’. Het was nu of nooit. Compleet uitgeteld maar met ongelofelijk veel zin stapten we in het vliegtuig. Destination: Jomo Kenyatta International Airport. Van tevoren was al uitbundig de stoelverdeling besproken. Één ding was zeker: aan voorbereiding geen gebrek. Datzelfde kan gezegd worden over KLM. Het ontbrak ‘werkelijk waar’, zoals opa per dag zo’n veertig keer zegt, aan niets. Maaltijden, dekens, kussens en verzorging: KLM had aan alles gedacht. En onze opa, de hele  vlucht glimlachend en genietend  van ‘zijn gezinnetje’, hij maakte  even plaats voor emoties. Van vreugde, liefde en geluk. Het voltallige cabinepersoneel begroette hem en ons met een glas champagne, een presentje en de allerbeste gelukwensen voor onze bijzondere reis. KLM, jullie zijn toppers! Onze vlucht, onze reis en safari zijn dankzij jullie perfect begonnen!

Na ruim 7 uur vliegen landden we in Nairobi, waar de goedlachse Ali op ons wachtte. De eerste cultuurshock kwam onderweg: hoe krijg je in godsnaam 4 personen op één motor? In Kenia hebben ze klaarblijkelijk het antwoord al lang gevonden. Toen we goed en wel bij Hotel Sarova Panafric  waren  afgezet ,hakte de vermoeidheid erin. Moe, maar zeker voldaan! Welterusten Nairobi, tot morgen.

Dag 2

Vroeg uit de veren , 08:30 uur , vertrek richting Mount Kenya. Eerst even gauw een ontbijtje, wat ‘eenvoudig’ zou zijn. Het feit dat onze borden gevuld waren met pannenkoeken, omeletjes, biefstuk en worst bewees het tegendeel.

Onderweg vielen we  van de ene varbazing in de andere. Massale markten, overal plastic afval en overal wandelende mensen langs de snelweg. In alle opzichten is Kenia de complete tegenpool van  ‘ons’ Nederland. Goed. Vijwel meteen na aankomst bij de Serena Mountain Lodge stonden de eerste wilde dieren op ons te wachten bij de drinkplaats. Waterbokken, hyena’s, olifanten en aapjes: onze eerste aanraking met de wilde dieren was meteen een geslaagde.  Alles was te zien vanaf ons eigen balkon. Uniek! We konden er uiteraard geen genoeg van krijgen, dus gingen we met een gids een wandeling door de jungle maken. Het was een indrukwekkende ervaring… Niet alleen zagen we agressieve mieren waarvoor  we  moesten vluchten, ook zagen we verse olifantenpoep, buffelstront en hertenschijt! En het dichtst dat we bij een luipaard zijn gekomen zijn de klauwafdrukken in een boom… Een wandeling in het Leenderbos bij ons om de hoek was waarschijnlijk een bijzondere ervaring geweest. Over gastvrijheid wederom niets dan lof. Na een heerlijke lunch en diner waren we allemaal bekaf na een lange dag. Toch konden we fotogenieke kiekjes van een groep olifanten niet links laten liggen. Later dan gepland lag iedereen in no-time te ronken. Onze buren hebben ongetwijfeld gedacht dat een groep leeuwen in de verte aan het brullen was. Excusez-nous, luidruchtige Franse buren, nous étions fatigué. ‘Lala Salama’ zeggen de Kenianen. Welterusten. Morgen wachtte  de lange reis naar het snikhete Samburu. Wát een contrast met 5 graden en een kruik in bed op Mount Kenya.

Dag 3

Dat familie Van Gorp goed is voor de Keniase kippenindrustrie bleek  wel uit het feit dat we na 5 omeletjes en een pannenkoek in alle vroegte vertrokken richting Samburu. Wat ons onderweg opviel was het continu veranderende landschap. Je rijdt geen kwartier in hetzelfde klimaat en in dezelfde natuur. En wat de denken van de bevolking. Waar het landschap elke 15 minuten verandert, veranderen de Kenianen nooit. Nog nooit in ons leven hebben we zo’n gelukkig, goedlachs volk meegemaakt. In Europa kunnen we nog een puntje zuigen aan hun. Hakuna Matata, ‘heb geen zorgen’. Zo leven de Kenianen echt. Zó gelukkig en tevreden, terwijl ze zó weinig hebben. Indrukwekkend en om kippenvel van te krijgen. Disneyprinsessen zijn niets vergeleken met ons: nog nooit hebben we zo vaak mogen zwaaien naar alle lieve kinderen lans de weg. En allemaal zijn ze hetzelfde. Ze dragen allemaal diezelfde lieve, vrolijke glimlach.
Na een lange reis stapten we in ruim dertig graden uit bij de Samburu Simba Lodge. Acht uur geleden lagen we met en warme kruik en vijf graden in bed, nu stappen we uit in onze korte broek en zonnebril. Het was heet, té heet voor een game drive. Rond vier uur zouden we die pas maken.

‘Hop’, eerst naar de kamer, geen tijd te verliezen. Koffer dumpen, zwembroek aan, naar het zwembad rennen… ‘Plons!’. Heerlijk, precies wat we even nodig hadden! Toen we weer boven water kwamen konden we genieten van een geweldig uitzicht. De olifanten en zebra’s kregen we er gratis bij! Hoe gaaf is dat; wilde dieren spotten vanuit je zwembad!
Omdat we er geen genoeg van konden krijgen stapten we weer bij gids Gimo in voor de allereerste game drive. Wauw. Boven alle verwachtingen. Het is nét de Beekse Bergen, maar dan anders. Tien giraffen, dertig zebra’s, twee leeuwen en acht olifanten.
Daarna zijn we de tel kwijt geraakt en keerden we weer terug naar de lodge. Na een heerlijk buffet en een gezellig drankje met de gids doken we heel vroeg ons bed in. Wekker om half zes… Op naar de vroege game drive, nummer twee. Op naar wederom een onvergetelijke dag. Lala salama, good night Samburu.

Dag 4

Yes, ook vandaag beloofde weer een onvergetelijke dag te worden. Nadat gisteren Buffalo Springs National Reserve aan de beurt was, staken we nu de rivier over naar Samburu National Reserve.Hier was het landschap ook weer totaal anders dan tien kilometer verder. Verwend. Dat zijn we aan het worden. Waar we eerst onze ogen uitkeken bij een zebra, reden we ze nu voorbij alsof ze een stel Hollandse koeien in de wei  waren. We waren  inmiddels verwend met zó veel diersoorten! “You name it, we’ve seen it”. Wat we nog nooit eerder zagen was een chetah. Dat we vandaag het voorrecht hadden om er drie tegelijk te zien, dat pakken ze ons nóóit meer af! Op het geweld waarmee deze ‘poesjes’ de botten van hun prooi kraken zou elke chiropractor jaloers zijn! Iemand trouwens zin in rauwe antilope vers van het bot? Enfin, na een drinkpauze reden we door richting het Samburu dorp, waar we ook de lokale school zouden bezoeken. Dat was de wens van onze ‘klaslokaalveteraan’. Je haalt de docent uit de klas, maar de klas nooit uit de docent. Opa straalde alleen al bij de gedachte aan het schooltje. Bij aankomst werden we hartelijk ontvangen door onze ‘Samburu reisleider’. Hij leidde ons naar een groep zingende stamleden. Mama en ik waren natuurlijk de pineut: we kregen meer kralenkettingen omgehangen dan elke peuter in zijn stoutste dromen kan voorstellen en moesten mee in de Samburu variant van de polonaise. Na dit warme welkom werden we ontvangen in de huisjes, wat eigenlijk stokhutjes waren.
Ook hier waren ontzettend veel glimlachende kinderen die speciaal voor ons  liedjes zongen. De stamleden zullen ons daarentegen vervloekt hebben. Tip voor iedereen die cadeautjes wil meenemen: driehonderd ballonnen voor alle kinderen zonder uit te leggen hoe je ze knoopt is géén goed plan… Hun ouders liggen waarschijnlijk nu nog wakker van het gepiep van leeglopende ballonnen…

Goed, op naar het moment waar onze leraar op had gewacht. Onder begeleiding van lokale docent Fred, globale pensionado opa en stamgids Josephat liepen we de school binnen. Ondanks dat de faciliteiten te wensen  overlaten krijgen alle Samburu kinderen les in vakken net als wij, inclusief Engels! We lieten potloden, pennen, gummen, ballen en ballonnen achter bij Fred en als laatste lieten we ook het Samburu dorp achter ons.
Eenmaal terug bij de lodge wachtte onze ober al op ons voor de lunch. Het fantastische uitzicht op de wilde dieren zal voor altijd in ons geheugen gegrift staan! Na de lunch was het tijd om even af te koelen in het zwembad. Veel tijd hadden we niet. Gids Gimo stond stipt om vier uur weer in de startblokken voor de volgende game drive!

Helaas voor ons deden de dieren wat wij ook gedaan zouden moeten hebben: rustig chillen in de schaduw en vooral weinig utivoeren. We hebben helaas nog geen tien procent gezien van wat we ’s ochtends wél zagen… Enigszins teleurgesteld keerden we terug naar de lodge voor het diner. De teleurstelling maakte gelukkig al snel plaats voor tevredenheid. Het diner was wederom heerlijk!
Goed, tijd om de wallen onder onze ogen weg te werken. De wekker staat steeds vroeger, om half 7 zou  Gimo vertrekken voor een vroege game drive waarna we zouden doorreizen naar Sweetwaters Game Reserve. Wat een heerlijk veelzijdig land, dat ‘pittoreske’ Kenia.

Dag 5

Wie gauw wagenziek wordt, heeft het in Samburu niet getroffen. Kuilen, keien en gaten in de weg zijn dagelijkse kost. We namen afscheid van Samburu met een allerlaatste waarneming van olifanten en giraffen en vertrokken naar Sweetwaters Game Reserve. Slapen in een tent, wat moesten we daar nu van verwachten? Redelijk gespannen kwamen we aan, maar de twijfel sloeg al snel om in enthousiasme. De ‘tenten’ waren knusse , luxe verblijven en als je de tent open ritste stonden de neushoorns en olifanten op tien meter afstand! Wát een verschil was Sweetwaters vergeleken met Samburu. Een afstand van nog geen honderdvijftig kilometer… De rotsen en zand hadden plaats gemaakt voor prachtige groene grasvlakten met Mount Kenya op de achtergrond.
’s Middags stond er veel in de planning. Eerst naar de verwaarloosde chimpansees, dan een gamedrive en daarna zouden we de blinde neushoorn Baraka gaan knuffelen en voeren.
Papa had de tijd van zijn leven bij de chimpansees, getuige zijn herkenbare schaterlach. Gerard Joling zou er zelfs bang van zijn geworden… Hij zal vast wat eigenschappen van zichzelf hebben herkend in de chimpansees.

Na afscheid te hebben genomen van onze apenvrienden vervolgden we onze game drive. Ook hier kwamen we weer volop dieren tegen zoals giraffen, olifanten, zebra’s en neushoorns. Deze waren nieuw voor ons dus waren we erg onder de indruk!

Nadat we gewend waren geraakt  aan de neushoorns was het tijd voor het hoogtepunt van dit park: knuffelen met de tamme neushoorn Baraka. Knuffelen met een gevaarlijke tientonner? Jazeker! Baraka was in een gevecht met een andere neushoorn een oog verloren en na een ontsteking aan het andere oog blind geraakt. De parkrangers hebben hem verzorgd en daarom is hij zo tam geworden  als een gecastreerde huiskat. Het was een geweldige ervaring, alleen knuffelen we toch liever met een zachte hond dan met een neushoorn. Beeld je even je partner in met zo’n vijf ton overgewicht, verwikkeld in tachtig meter schuurpapier: zo voelt knuffelen met een neushoorn.
Goed, we dwalen af. Terug naar onze lodge. Even opfrissen in de ensuite badkamer van onze penthouse-achtige tent en door naar het diner. Van alle verblijven hadden we hier de minste verwachtingen van, maar het diner was veruit het aller, allerbeste tot nu toe.

Het laatste borreltje aan de bar was op, wat betekende dat het bedtijd was. Morgen op naar Lake Nakuru. Op naar wéér een nieuw landschap, wéér een nieuwe weersvoorspelling. Op zoek naar het luipaard, de laatste op onze ‘Big Five-checklist’. Dat zal een lastige klus worden, aangezien het luipaard meer in bomen leeft dan Tarzan met hoogtevrees. Daarbij slapen deze luie luipaarden vaker dan dat ze jagen. Slapen en eten. Herkenbaar voor onze Joep… En over slaap gesproken, dat gaan wij ook nodig hebben. De wekker staat weer om zes uur… Welterusten!

Dag 6

‘Hèhè’, eindelijk begint dat vroege opstaan te wennen. Wekker om zes uur, maar Basjes biologische klok denkt daar anders over. Half zes. Klaarwakker. Dan maar alvast douchen en spullen pakken. Op naar Lake Nakuru, ‘slechts’ vijf uur rijden.
Onderweg passeerden we de evenaar. Een fotostop mocht  dan natuurlijk niet ontbreken! Een lesje natuurkunde kon er ook nog wel bij. Wist je dat water op het noordelijk halfrond kloksgewijs draait en twintig meter verder op het zuidelijk halfrond tegen de klok in draait. Bij deze, bedank me later maar voor de natuurkundeles. Na een groepsfoto met Gimo reden we verder naar nóg een betoverende plek: Lake Nakuru.

Onze lodge stond boven aan de heuvel. Het uitzicht was adembenemend, nog nooit heb ik zo lang kunnen turen in de verte zonder me een seconde te vervelen. Prachtig.
Na de lunch was het eindelijk zo ver: op zoek naar de zeldzame, schuwe luipaard om onze ‘Big Five-checklist’ compleet te maken. Hoe veel bomen we ook afspeurden: meneer de luipaard hield zijn winterslaap midden in de zomer. Neushoorns, giraffen, zo indrukwekkend als ze ook waren, het boeide ons even niet. “Ninety percent chance of spotting a leopard”, verzekerde Gimo ons. “Ammehoela”, dachten wij.

We keerden langzaam maar zeker terug naar de lodge toen we onderweg een file aan safaribussen zagen. Daar moet iets spectaculairs zijn, dachten we. Zou het dan toch? De verrekijkers kwamen tevoorschijn, de camera’s werden uit de tas gehaald en het spotten kon beginnen!
We speurden alle bomen af, niks te zien! Is het  luipaard met de noorderzon op het zuidelijk halfrond vertrokken?  Nou hup, laatste blik door de bomen. En ja hoor: helemaal achteraan, gecamoufleerd tussen de takken hing  hij  in de boom.

Nummer vijf op de ‘Big Five-checklist’: check! Met nog één park te gaan hebben we de Big Five compleet. Jackpot!
Met een tevreden glimlach keerden we terug naar de Lake Nakuru Sopa Lodge. Bij uitstek de mooiste lodge op de mooiste locatie! Het avondeten was wederom tiptop verzorgd en met een volle buik trokken we ons ieder terug in onze kamer. Vanuit mijn kamer keek ik tevreden nog één keer over de vallei naar het prachtige uitzicht, sloot de gordijnen, plofte  op het hemelbed en sloot mijn ogen. Morgen weer een lange dag, via Lake Naivasha naar Masai Mara, onze laatste safariabestemming.
Het is heerlijk, elke dag weer. Elke dag vallen we weer in een nieuwe verbazing. We blijven genieten. Hakuna Matata, slaap lekker.

Dag 7

Kennen jullie dat irritante liedje van Mohombi? Bumpy Ride? Nog nooit is dat nummer zo toepasselijk geweest als vandaag…
Stipt om zeven uur stond Gimo ons weer op te wachten. Gaspedaal  in en volle gas naar Masai Mara, met een tussenstop bij de nijlpaarden van Lake Naivasha.
Wát een megadrukte op de weg. De Keniase verkiezingen waren  binnen één week, dus het was  een drukte van jewelste  op de weg. Niet alleen was het druk met mensen, ook kuddes koeien, geiten en schapen waggelden zorgeloos over de snelweg. Zigzaggend tussen het vee reden we richting Lake Naivasha.

Eindelijk aangekomen trokken we ons reddingsvest aan. ‘Reddingsvest?’, zag je opa denken. Ja ja opa, jij had natuurlijk een dubbeldekker-riviercruise verwacht? Desondanks zette onze Piet Piraat met zee-angst voet in de kleine motorboot en weg waren we. Het duurde nog geen minuut tot de eerste nijpaarden hun snuit boven water staken. Hoe langer we keken, hoe meer dikzakken we zagen verschijnen. Bedtijd voor de nijlpaarden. We zeiden ze welterusten en voeren door.
Het zonnetje brak door en in de verte zagen we twee visarenden. Je kent ze wel, van die witte, Amerikaanse nationalistische megavogels. Laat onze gids nu net een visje bij hebben als snack voor de arenden. Ze werden gelokt, het visje verdween in het water en de race was begonnen. Lange tijd lag Arend 1 op kop, maar met een fenomenale eind’sprint’ won Arend 2 alsnog en ging er met de vistrofee vandoor. Indrukwekkend gezicht en een unieke ervaring!

Zonder zeeziekte stapten Piet Piraat & Co weer uit. Laatste sanitaire stop en door naar de laatste safaribestemming: Masai Mara.
Goed, terug naar de ‘bumpy ride’. Na een laatste plaspauze gingen we de onverharde weg op .’Klein stukje’, verzekerde Gimo ons. Tien minuten werd een half uur, een half uur werd een uur. ‘Hoe lang moeten we nog als een hobbelpaard op een trilplaat door elkaar schudden?’, vroegen we ons af. De borden gaven duidelijkheid: tachtig kilometer.
Het is niet anders. Echter, toen we aan kwamen bleek vrijdag vier augustus onze pechdag te zijn. Door een fout bij de receptie was de lodge overboekt en waren er geen kamers meer vrij. Na een hoop gesteggel kwam er alsnog een noodoplossing. Één dag behelpen, daarna zou alles opgelost worden.
Geen tijd om uit te rusten. Gimo, die ons als Swahili-expert enorm geholpen had, stond klaar voor de eerste Masai Mara game drive. De rit begon wat tammetjes, maar Gimo verzekerde ons dat er veel wild zou zitten. Aan lugubere aanzichten geen gebrek: er lagen meer botten dan er dieren stonden. De dader was al snel gevonden. Simba en Mufasa lagen heerlijk in het gras te genieten van het zonnetje. Tja, uitbuiken is wel nodig als je net een impala als snack hebt verorberd.

Onderweg terug was – of beter gezegd, waren – de andere daders ook gevonden. In het grasveldje lagen vier cheetahs met een bebloed gezicht ons aan te staren als een kat die net betrapt is op het slopen van je nieuwe designerbank. Onder de bende  cheetahs was nog één aanwezige voor het feestmaal: een jonge Thompsongazelle. Helaas vonden de cheetahs dat ze niet welkom was. Op het menu van vandaag: rauwe gazelle. Arm beestje, maar ja, zo is moeder natuur.
Terug bij de lodge bleek onze pechdag nog niet over. In ons noodverblijf brak de douche af. De loodgieter liet op zich wachten, maar als schrale troost was daar een vriendelijke kruier me een fles wijn voor het ongemak. Erg lief, maar het veranderde weinig aan de teleurstelling. Een beetje alsof je een bosbrand in je eentje uit probeert te plassen.
Goed, morgen een nieuwe, hopelijk betere dag. Een drukke, volle dag. Onderweg niet meer terug naar de lodge, maar de picknickdoos mee voor onderweg en proberen een glimp op de vangen van de beroemde migratie van de kudde gnoes.
Ik zou vandaag dolgraag willen afsluiten met ‘hakuna matata’, geen zorgen. Helaas gaat dat voor vandaag niet op. Een klein smetje op een fantastische reis tot dusver. Welterusten en tot morgen!

Dag 8

Vroeg uit de spreekwoordelijke veren. Vandaag was de laatste safaridag aangebroken. Op naar de Big Five en de beroemde migratie. Vandaag was anders dan normaal. Niet meer ’s middags uitrusten. Nee, vandaag gaan we de hele dag op pad. Lunchpakket mee en we zijn los!
Nog voor we goed en wel op weg waren kwam de eerste grote carnivoor al voorbij. Al vaker zagen we de vrouwelijke variant, maar vandaag zagen we hem eindelijk in volle glorie. De koning van de savanne: de leeuw. Een manenbos vol dons waar de gemiddelde terrorpuber een moord voor zou doen om hem op zijn glimjas te dragen.
Nóg meer geluk: ook vandaag zagen we weer een cheetah. Ditmaal was ze vergezeld door haar kroost. Zou na een pechdag dan vandaag onze geluksdag zijn? Jazeker! De leeuwinnen stonden op en kwamen op één meter van onze jeep af. Wat een krachtpatsers!
We reden door richting de Masai rivier voor de grote gnoe migratie. Boven aan de heuvel stonden wel tien busjes in de rij om een glimp op te vangen van de schuwe luipaard. We kwamen er maar niet tussen en gaven de hoop op. Maar op het moment dat we wegreden besloten moeder en zoon luiipaard met ons mee te gaan! Op twee meter liepen ze achter de jeep door! Nog nooit hebben we zo’n prachtig, elegant beest gezien. Mag ik de titel ‘Koning van de savanne’ bij nader inzien toch aan een ander geven? Sorry Simba…
Onderweg naar de rivier kwamen we langs de grens met Tanzania. Kunnen we alsnog zeggen dat we ook hier zijn geweest… Globetrotters, die familie Van Gorp.
We maakten een tussenstop om een wandeling te maken met een ranger langs de rivier. Na een interessante uitleg over de nijlpaarden en krokodillen onder ons liepen we terug naar Gimo voor de eindbestemming: de plek waar we de migratie zouden kunnen zien. Oh ja, en sorry opa, maar die brullende nijlpaarden klinken écht net als jij als je snurkt…

We kwamen bij de rivier en zagen in de verte al een kudde gnoes aankomen. Voor het gemak hadden ze een horde zwart-witte bodyguards meegenomen: de zebra’s.
Voor wie dacht dat vrouwen besluiteloos en ingewikkeld kunnen zijn: de gnoes zijn nog tien keer erger. ‘Steken we hier over? Is deze plek wel veilig?’ En hoe typisch is het dan ook dat na ruim een uur turen en wachten de kudde eindelijk in beweging kwam… Wat denk je? Was de oversteekplaats weer niet goed genoeg… Nou, weer wachten en wachten… Zou dat wachten eindelijk beloond worden? Helaas voor ons niet… Na een uur aan de rand van de rivier te hebben gestaan besloten de gnoes toch dat ze vandaag geen zin hadden om te zwemmen. Teleurgesteld keerden ze terug naar de vlaktes voor hun avondeten. En dat is precies wat wij ook gingen doen. We gaven de hoop op, helaas geen migratie voor ons.
Kleine teleurstelling, maar na zo’n geluksdag kun je niet alles hebben. Om vijf uur kwamen we weer terug bij de lodge. Toen we binnen kwamen stond de receptioniste ons al op te wachten met de sleutels van de extra beloofde kamer. Eind goed, al goed. Na regen komt zonnenschijn, zeggen ze wel eens. Dat werd vandaag bevestigd. Wat een topdag!
Morgen begint de lange reis via Nairobi naar Mombasa. Even vijf dagen uitrusten na een vermoeiende week safari. Maar God, wat was het prachtig en God wat hebben wij hier herinneringen om nooit meer te vergeten aan over gehouden. Het was onvergetelijk.
Asante sana Kenya, bedankt voor alles!

Dag 9

Het einde was aangebroken. We pakten onze koffers weer in en verlieten Masai Mara. Terug over de ‘bumpy ride’, terug naar het vliegveld. Onderweg even stoppen voor souvenirs. Je kent ze wel, van die winkeltjes waar je tachtig procent van de oorspronkelijke prijs afdingt en nog steeds keihard wordt opgelicht. Dat we voor sommige souvenirs onder de oorspronkelijke prijs zaten, bleek wel uit het feit dat één verkoper een beeldje van een olifant in zijn broekzak had gestopt en gestolen had uit zijn eigen winkel. ‘You won’t say anything to my boss, okay? Come with me to this room.” Even voelde ik me een drugscrimineel die zojuist een kilo coke verhandeld had. Hij keek even benauwd om zich heen, pakte het geld aan en toverde het beeldje ui t zijn broekzak. Eenmaal terug op de weg vroeg ik me af: heb ik hem nou écht onder de minimumprijs gekocht of is dit allemaal deel van één grote poppenkast en heb ik alsnog veel te veel betaald. Vermoedelijk het laatste. Hoe dan ook, ik had een edelstenen olifant als aandenken voor thuis in mijn tas.

Onderweg maakte we een kleine stop in de woonplaats van onze gids Gimo. Een piepklein dorpje. Ook dit dorpje was weer omgeven door ellende en armoede. Het was haast onmogelijk om voor te stellen dat Gimo, onze intelligente gids, ook in deze omstandigheden woonde. Hij wees ons zijn huis aan. Gelukkig voor hem had hij het relatief goed voor de gemiddelde Keniaan, maar nog lang niet zo goed als wij gewend waren… Wederom een indrukwekkende shock. Langs de kant van de weg stonden Gimo’s kinderen al op hem te wachten. Ze kregen een vlugge knuffel en wat lunchpakketjes van papa Gimo en van opa een paar cadeautjes. De vreugde en blijdschap op hun gezichtjes spraken boekdelen. Ook Gimo heeft het niet breed. Al het geld dat hij over heeft gaat waarschijnlijk naar de opleiding van zijn kinderen zodat ook zij een goede toekomst hebben. De harde realiteit. Hoe een kleine, gezette man zo’n groot hart kan hebben. Met een brok in onze keel moesten we door, het vliegtuig zou  niet op  ons wachten.

Na een lange reis kwamen we aan in Nairobi. Voor we op het vliegtuig richting de kust stapten hadden we nog een gezamenlijke lunch. Gimo zette ons af bij The Carnivore Restaurant. Een aangename verrassing. De man die ons bij aankomst vanuit Amsterdam begroette, Ali, stond ook hier op ons te wachten en vergezelde ons weer in Nairobi. Met Ali en Gimo hadden we ons geen betere gidsen kunnen wensen. Topkerels!  Geen idee wat we verder van de lunch moesten verwachten, maar dat werd ons al snel duidelijk. De geur van brandend houtskool en gebraden vlees kwam ons tegemoet nog voor we voet zetten in het restaurant . Ons werd een tafeltje toegewezen en daar stond een vlag op. “We komen net zo lang met vlees rond tot je de vlag naar beneden haalt en je jezelf overgeeft aan ons.” Één ding is zeker: die Kenianen hebben onze ‘all you can eat’-formule naar een compleet nieuw niveau getild. In no-time werd ons ongekend veel verschillende soorten vlees voorgeschoteld. Zwaarden met daar aan gegrilde kip, kalkoen, lam, krokodil, struisvogel, bief. En dan nog mis ik er wellicht nog een stuk of acht in dit rijtje. Je kunt het zo gek niet bedenken in de wereld van vlees. Vegetariërs zouden hier gillend weg zijn gerend en zelfs de meest doorgewinterde Greenpeace-activist zou hier een hartverzakking van krijgen. Maar wij houden wel van een stukje vlees, vooral als het zo perfect klaargemaakt wordt als hier. Iedereen was inmiddels al gestopt, verzadigd van onze megalunch. Behalve Joep, die ging nog lekker een aantal rondes door. Toen ook Joep de hoop op gaf en de vlag neerhaalde was het duidelijk. Joep is de onbetwiste nummer één en mag de vlag meenemen als trofee.

Uitbuikend in de jeep reden we naar het vliegveld. Dit was dan écht het einde van onze reis met Gimo. Een week lang deelden we alles met hem, verhalen over Nederland en verhalen over zijn familie. Hij was in een week tijd uitgegroeid tot goede vriend. Het afscheid voelde daarom ook als een afscheid van een goede vriend. Opa speelde weer even voor kerstman. Pennen met Nederlandse opdruk, stroopwafels en sleutelhangers. Alles werd uitgewisseld in de hoop dat Gimo ook zijn Nederlandse vrienden niet zou vergeten. We weten eigenlijk vrij zeker dat hij dat ook niet vlug zal doen. Bedankt voor de geweldige week Gimo. Het allerbeste voor jou en je gezin!

Na een aantal knuffels en paar traantjes liepen we de vertrekhal in. Koffers afgeven, paspoorten controleren en wachten. We waren uren te vroeg op het vliegveld. Gelukkig hebben de Kenianen en wij Nederlanders één ding in gemeen: we zijn allemaal helemaal gek van Engels voetbal. Op het vliegveld vloog de tijd voorbij en voor je het wist vlogen wij ook richting Mombasa. ‘Dames en heren, riemen vast tijdens het opstijgen.’ Vijf minuten later riep de stewardess alweer om dat ze met drinken langs kwamen. Nog geen twee minuten later mochten de riemen alweer vast voor de landing. Na drie kwartier vliegen landden we in het hete Mombasa. Met deze temperaturen gaan wij het wel uithouden, dachten we meteen. We werden met een jeep afgezet bij Bamburi Beach Hotel. Het was ruim tien uur geweest, het dinerbuffet was al lang gesloten, maar speciaal voor ons had de kok nog even een driegangendiner voor ons voorbereid. Wat ongelofelijk lief!
We hebben waarschijnlijk de kok veel te weinig waardering gegeven voor zijn werk, maar we genoten met volle teugen van het diner. We waren echter allemaal zo moe dat we bijna slapend aan tafel ons over gaven. Snel ons bed in. Morgen voor het eerst in een week lekker uit slapen. Welterusten!

Dag 10 t/m 14

Ha! Uitslapen? Dacht je echt dat we uit zouden slapen? Om zes uur waren we klaarwakker. Ons lichaam was zo gewend aan vroeg wakker worden dat hij ons ook nu niet in de steek liet.Helaas. Vroeger dan gepland schoven we aan voor ons ontbijt. Ook in Mombasa weten ze wat lekker eten is. Elke dag waren zowel ontbijt, lunch als diner perfect verzorgd. En elke dag werd het eten met dezelfde gulle glimlach geserveerd. We konden er geen genoeg van krijgen!

Tijdens het ontbijt bespraken we wat we nog wilden doen in deze laatste dagen. Ja, zwemmen en zonnen stonden hoog op  het verlanglijstje, maar ook een bezoekje aan Mombasa en een adrenalinekick op een jetski stonden nog op de planning. We verbaasden ons dat er niemand op het strand lag. Toen we het trappetje afliepen naar het strond werd ons al snel duidelijk waarom. Als een kolonie parasieten kwamen de verkopers op je af. De ene wat subtieler en vriendelijker dan de andere. Met één verkoper raakten we bevriend. Zijn naam was Lucky, maar vanwege zijn rastafarimuts werd hij al gauw “Bob Marley” genoemd. Bob leidde ons als het ware als illegale gids rond over de wadden tijdens eb. Zeekomkommers, zeewormen, zee-egels: alles waar je het woordje ‘zee’ voor kan zetten kwamen we tijdens onze wandeling tegen. Eigenlijk was het nog verrassend informatief en leuk, die wandeling. Hadden we niet verwacht, want in het begon vonden we Bob weer zo’n opdringerige verkoper. Tijdens de wandeling vertelde Bob dat in zijn dorp handgemaakte sleutelhangers, gegraveerd met onze naam , werden  verkocht. ‘Kost ’n bietje, maar dan hedde ok wa’, zeggen we bij ons in Brabant. Binnen twee uur stond hij alweer voor het hotel te wachten. En raad eens wie er nu een persoonlijke sleutelhanger met zijn naam aan zijn  sleutelbos heeft hangen?

“My friend, if you want to ride the jetski  or visit Mombasa, come to me. I will take care of everything.” Zo gezegd zo gedaan, beste Lucky. Terwijl Joep en ik over de golven scheurden op de jetski onderhandelden papa en mama over een tour door Mombasa. Eigenlijk waren we nog al sceptisch, maar we besloten toch mee te gaan met zijn tour.
’s Ochtends werden we opgehaald door een privéchauffer en -gids en reden we langs alle bijzondere plekken van Mombasa. Onze eerste stop was de grootste handwerkfabriek van Mombasa. Een fabriek kun je het eigenlijk niet noemen. Het was een groot dorp van 3500 man. Er zat net zo veel ongedierte als personeel en we keken onze ogen uit. Prachtige dingen maakten deze mannen en vrouwen met de hand, maar onder verschrikkelijke omstandigheden. Voor de zoveelste keer verlieten we met een brok in onze keel de fabriek. We reden in drie uur nog langs Fort Jesus, the Elephant Tusks, de oude stad, de veerboot en de lokale markt.

Eenmaal terug aangekomen in het hotel raakten we bevriend met een lid van het animatieteam, Benson. We schatten hem op zo’n twintig jaar oud, maar hij bleek al 26 te zijn. Best een welvarende, vriendelijke jongen dachten we. Die zijn er dus ook in Kenia. De rest van de dagen vulden we op met drie keer ‘Z’: zonnen, zwemmen, zbiertjes drinken. Heerlijk, hakuna matata. ‘It means no worries for the rest of your days’, zouden Timon en Pumba  gezegd hebben. En zo ervaarden wij dat ook.
Het einde kwam in zicht, nog één avond in Mombasa voor we terug zouden vliegen naar Amsterdam. We raakten weer aan de praat met Benson. Je weet wel, die welvarende jongen. Niets bleek minder waar. Hij vroeg ons voorzichtig of we nog kleine shampooflesjes van het hotel over hadden. Als we die over hadden, zou hij ze heel goed kunnen gebruiken. Papa en ik haastten ons naar boven en vulden een toilettasje met shampooflesjes en zeepjes. Toen we die aan hem overhandigden  barstte hij in tranen uit. Dat deed ons vermoeden dat ook Benson het niet breed had. Chips man, wie zit hier die uien te snijden? We hielden het zelf ook nauwelijks droog.

Op de dag van vertrek maakten we nog een toilettasje vol zeepjes en shampoo voor Benson en vulden deze aan met een paar t-shirts, een korte broek en een zwembroek. Want Benson, die gescheurde van jou kan écht niet meer he… Ik denk dat Benson ons in een half uur tijd wel tien keer bedankt heeft. Zó gelukkig met zó weinig. Na een foto met Benson namen we ook afscheid van hem en vertrokken we weer richting het vliegveld. Dit keer de omgekeerde reis, van Mombasa naar Nairobi en van Nairobi naar Amsterdam.
Inmiddels zijn we al weer een tijdje thuis in ons koude kikkerlandje. Via Whatsapp krijgen we een foto doorgestuurd van Benson vanuit Mombasa. Vol trots droeg hij ons t-shirt en broek. Het is je gegund Benson! Binnenkort vragen we je adres, we willen je graag een paar cadeautjes sturen met kerst.

Thuis is het moeilijk te bevatten wat voor geweldige, indrukwekkende reis we meegemaakt hebben in zo’n korte tijd. Één ding is zeker: met zo’n prachtige herinneringen in onze gedachten zal het nooit meer stil worden aan tafel bij huize Van Gorp. Het was een reis om nooit meer te vergeten. We zagen de mooiste dieren, we leerden de vriendelijkste mensen kennen en hebben er vriendschappen aan over gehouden. In alle opzichten is Kenia een prachtig land, en het is de bevolking die er kleur aan geeft. Nog één keer zeggen we ‘asante sana’, bedankt voor alles.

Bekijk al onze kindvriendelijke reizen naar Kenia.